Inschrijven
Inschrijvingen voor de bekwaamheidsproeven zijn afgesloten.

::Terug::

Data bekwaamheidsproeven

Alle bekwaamheidsproeven in oktober en november zullen aanvangen om 17u in het zwembad. Op voorlegging van uw identiteitskaart krijgt u een genummerde zwemcap. De resultaten worden op de website geplaatst op basis van dit (her)examennummer. Voorafgaandelijk zal de mogelijkheid gegeven worden tot oefenen en vraagstelling mbt reanimatie en EHBO en dit van 15u30 tot 16u30, in de sportzaal van het Stedelijk zwembad te Oostende.

Enkele dagen voor de effectieve bekwaamheidsproef zal de uurverdeling op de website worden geplaatst. Raadpleeg dus regelmatig de website! De kandidaten dienen als voorbereiding op de bekwaamheidsproef grondig de cursus en de instructiefilmpjes over reanimatie te bekijken.

De bekwaamheidsproeven 2016 vinden allemaal plaats in het zwembad te Oostende en zullen worden georganiseerd op volgende data:

zondag 09/10/16 (VOLZET) met herexamen op 16/10/16

zondag 16/10/16 (VOLZET) met herexamen op 13/11/16

zondag 13/11/16 (VOLZET) met herexamen op 04/12/16

zondag 4/12/16 met herexamen op 12/03 (zwemmen) en 26/03 (reanimatie)

Uitzonderingsgroep : examen op 12/03/17 + herexamen op 26/03/17

Groep Middelkerke : examen op 12/03/17 + herexamen op 19/03/17

::Terug::

Praktijkproeven

Puntenverdeling

    Alle zwemproeven worden afgelegd in badpak of zwembroek !

    MODULE I. ZWEMGEDEELTE

    Proef 1 : 200m (100 punten)

    200 m vrije stijl (borstcrawl*, schoolslag), binnen de 4'30", ogen boven water.

    *borstcrawl: indien deze zwemstijl wordt gekozen dient de kandidaat na maximaal 5 armbewegingen, minstens 1 maal de ogen en gezicht duidelijk en voldoende lang voorwaarts te richten.

    Opmerking: de proef wordt afgelegd in één en dezelfde stijl, zonder onderbreking.

    puntenverdeling :

    tijd
    punten
    minder dan 3'01"
    100
    van 3'01" tot 3'15"
    90
    van 3'16" tot 3'30"
    85
    van 3'31" tot 3'45"
    75
    van 3'46" tot 4'00"
    65
    van 4'01" tot 4'15"
    55
    van 4'16" tot 4'30"
    50
    van 4'31" tot 4'45"
    40
    van 4'46" tot 5'00"
    30

    minder of gelijk aan 4'30" = slagen voor proef 1 (zie IX.19)


    Proef 2 : Het redden van een drenkeling "boven water" (50 punten)

    Start in het ondiep gedeelte van het bad (rug tegen en beide handen op de kade). Op startsignaal lopen de kandidaten tot aan het aangeduid 10 meterpunt. Vervolgens zwemmen (borstcrawl*, schoolslag) de kandidaten in spurttempo naar de overzijde van het bad (50 meter). Zij nemen in één vloeiende beweging een stilliggende bal vanaf de kade en zwemmen met deze bal (voortdurend boven water) in ruglingse houding tot aan het 10 meterpunt (90m). Vervolgens lopen zij met de bal in beide handen en leggen de bal op de kade. De bal wordt met beide handen vastgehouden tot het betrokken jurylid het einde van de proef aangeeft.

    Opmerking: Indien de kandidaat bij het grijpen of neerleggen de bal lost dient hij of zij zelf de bal te gaan ophalen. Het niet volgen van de vooropgestelde procedure geeft per overtreding aanleiding tot een straftijd.

    *borstcrawl: indien deze zwemstijl wordt gekozen dient de kandidaat na maximaal 5 armbewegingen, minstens 1 maal de ogen en gezicht duidelijk en voldoende lang voorwaarts te richten.

    a) spurtgedeelte (50 m na loopstart) (max 20 ptn)

    tijd
    punten
    < 41"
    20
    van 41" tot 45"
    18
    van 46" tot 50"
    16
    van 51" tot 55"
    14
    van 56" tot 1'00"
    10
    van 1'01" tot 1'05"
    5
    > 1'05"
    0


    b) eindtijd na 100 m ( max 30 ptn)

    tijd
    punten
    <1'56"
    30
    van 1'56" tot 2'00"
    27
    van 2'01" tot 2'05"
    24
    van 2'06" tot 2'10"
    21
    van 2'11" tot 2'15"
    18
    van 2'16" tot 2'20"
    15
    van 2'21" tot 2'25"
    10
    > 2'25"
    0

    Een kandidaat slaag voor proef 2 wanneer hij of zij minstens een puntentotaal van 50% behaalt voor proef 2 (a+b)

    Proef 3 :redden van een drenkeling "onder water"(=popproef)

    (130 punten)

    Start in het ondiep gedeelte van het bad (rug tegen en beide handen op de kade). Op startsignaal lopen de kandidaten tot aan het aangeduid 10 meterpunt. Zij zwemmen (borstcrawl*, schoolslag) vervolgens naar de overzijde van het bad waar zij een pop, waarvan het te verplaatsen gewicht dat van een drenkeling benadert, vanuit een diepte van ongeveer 5 meter bovenhalen, en vervoeren in kopgreep over een afstand van 25 meter, hoofd pop steeds boven water. Pop afgeven aan de zijkant van het bad.

    *borstcrawl: indien deze zwemstijl wordt gekozen dient de kandidaat na maximaal 5 armbewegingen, minstens 1 maal de ogen en gezicht duidelijk en voldoende lang voorwaarts te richten.

    a) Popproef deel 1 : tijd pop boven

    tijd
    punten
    < 1'01"
    50
    van 1'01" tot 1'05"
    45
    van 1'06" tot 1'10"
    40
    van 1'11" tot 1'15"
    35
    van 1'16" tot 1'20"
    30
    van 1'21" tot 1'25"
    25
    > 1'25"
    0

    b) Popproef deel 2 : eindtijd

    tijd
    punten
    < 1'46"
    50
    van 1'46" tot 1'50"
    45
    van 1'51" tot 1'55"
    43
    van 1'56" tot 2'00"
    41
    van 2'01" tot 2'05"
    39
    van 2'06" tot 2'10"
    35
    van 2'11" tot 2'15"
    30
    van 2'16" tot 2'20"
    25
    van 2'21" tot 2'25"
    10
    van 2'26" tot 2'30"
    5
    > 2'30"
    0

    Puntenverdeling technische uitvoering (30 punten)

    - uitvoeren eendenduik (maximum 10 punten)
    - wijze van vervoer pop (maximum 20 punten

    Opmerking bij "wijze van vervoer pop" :
    - eenmaal pop vast mag de pop niet meer worden losgelaten
    - hoofd van de pop mag nooit meer dan één keer onder water komen
    - een kandidaat die tijdens de popproef de pop laat vallen bekomt geen punten voor alle voorafgaande onderdelen van proef 3!!!!!!


    Een kandidaat slaag voor proef 3 wanneer hij of zij minstens een puntentotaal van 50% behaalt voor proef 3 (65 punten) met daarbij 50% voor tijd pop boven en 50% voor wijze van vervoer.

    MODULE II. Bijscholingsgedeelte
    - Uitvoeren in het water van de voornaamste vervoergrepen.
    - Uitvoeren op het droge van enkele transporttechnieken.
    - Uitvoeren van een reddersprong

    MODULE III. Reanimatie en EHBO (100 punten)
    - 60% behalen voor Module III (= slagen voor module III)
    (waarbij minimumscore Deel 1: 50/80 en minimumscore Deel 2: 10/20)


Richtlijnen mbt het toekennen van straftijden

Slagen voor de praktijkproeven


    A. Bekwaamheidsgetuigschrift met een geldigheidsperiode van 3 jaar wanneer de kandidaat:
    - slaagt voor module I zwemgedeelte (= 50% in totaal en minstens 50% voor iedere proef)
    - actief participeert aan het onderdeel module II
    - 60% behaalt voor module III ( reanimatie).


    Aan deze kandidaat wordt een bekwaamheidsgetuigschrift van 3 jaar toegekend welke ingaat op 30 juni eerstvolgend op de data waarop de proeven werden afgenomen.


    B. Bekwaamheidsgetuigschrift met een geldigheidsduur van één jaar wanneer de kandidaat:

    voldoet aan alle voorwaarden van (module II en III) behalve aan de voorwaarde van 50% voor iedere proef van module I (zwemgedeelte). In dit geval wordt een bekwaamheidsgetuigschrift toegekend van één jaar welke eveneens ingaat op 30 juni eerstvolgend op de data waarop de proeven werden afgenomen.

    C. Herexamen

    Een kandidaat die niet slaagt = puntentotaal kleiner dan 50% voor module I(zwemgedeelte) en of een puntentotaal kleiner dan 60% voor module III(reanimatie) heeft recht op een herexamen.
    Hij bekomt vrijstelling voor de modules waarvoor hij de minimale score haalde ( module I: 50%; module III: 60%) De datum van het herexamen wordt vastgelegd door het Wobra. Als de kandidaat na herexamen nog altijd niet voldoet aan de voorwaarden beschreven onder IX.18 A of B dan wordt aan de kandidaat geen bekwaamheidsgetuigschrift toegekend.

    Een herexamenwordt steeds afgelegd voor de volledige module.

    De kandidaat kan wel opnieuw inschrijven voor een volledig nieuwe bekwaamheidsproef indien de organisatie dit toelaat. De kandidaat dient echter wel alle proeven opnieuw af te leggen (geen vrijstelling). Deze regeling kan ook gebruikt worden voor kandidaten die een attest hebben bekomen voor één jaar maar toch wensen deel te nemen om te proberen een attest voor 3 jaar te bekomen.

    De periode van mogelijkheid tot examens of herexamens eindigen op de dag van de laatst georganiseerde bekwaamheidsproef (alternatieve datum). Voor alle tijdsgebonden proeven, zowel voor de reguliere cursus als voor de bekwaamheidsproeven wordt een tijdsafwijking toegestaan van 1,00 sec.

::Terug::

Resultaten bekwaamheidsproeven

Resultaten BP 9/10/2016 (na herexamens)
Resultaten BP 16/10/2016 (na herexamens)
Resultaten BP 13/11/2016 (na herexamens)
Resultaten BP 04/12/2016 (na herexamens 26 maart 2017)
Resultaten BP 12/03/2017 (na herexamens 26 maart 2017)

::Terug::

© 2016 WOBRA vzw | Samenstelling tekst en beelden andre.goethals@campuspov.be

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever, zijnde de V.Z.W. WOBRA (West-Vlaams Opleidingscentrum voor Brandweer-, Reddings- en Ambulancediensten).